Pagina titel ...

Grootste castingdirector van Nederland, HANS KEMNA, door MAARTEN SPANJER beschuldigd van seksuele intimidatie: ‘O popje, ik wist niet dat je zo eenkennig bent, dat kan je later als acteur nog lelijk opbreken.’

0

LIKE op Facebook en je kijkt binnen bij de mooiste celebrity huizen!

Ruim anderhalf jaar voor de affaire Harvey Weinsteins, de nu na beschuldigingen van seksuele intimidatie en misbruik van tientallen actrices in diskrediet geraakte Hollywoodproducent, losbarstte en in het verlengde van die affaire ook acteurs en actrices uit de vaderlandse showbizzwereld anoniem met beschuldigingen kwamen over misbruik kaartte acteur Maarten Spanjer het probleem al aan in zijn in 2016 verschenen boek Spanjer in Stukken. Maarten Spanjer verhaalt uitgebreid over de hardnekkige versierpogingen van de door hem met naam en toenaam genoemde castingdirector Hans Kemna (nu 76 jaar) van hetero- jongens die zich op het glibberige pad van het acteursbestaan wilden begeven. Hans Kemna reageerde pas ruim een jaar later met: “Geloof me: ik ben in de verleiding gekomen, maar ik heb er nooit misbruik van gemaakt.”

Lees verder onder de advertentie


Maartin Spanjer in zijn boek Spanjer in Stukken over Kemna: “Wie een tijd geleden ontdekt wilde worden als acteur kreeg vroeg of laat te maken met de enige casting director die Nederland rijk was: Hans Kemna, bijgenaamd ‘Klemnaad’, vanwege zijn hardnekkige versierpogingen van hetero- jongens die zich op het glibberige pad van het acteursbestaan wilden begeven. Degene die in zijn erotische prentenboek paste, bleef hij bestoken met telefoontjes tot zelfs diep in de om met dubbele tong te verklaren dat hij een groot talent in hem bespeurde en dat hij dat nu onmiddellijk bij hem thuis wilde bespreken.

Zelf was Kemna een mislukte acteur, die er definitief de brui aan had gegeven na het spelen van roofridder Govert, die de strijd aanging met ridder Roland om de Byzantijnse wonderbeker, in de televisieserie Floris van Paul Verhoeven. Dat was een verstandig besluit. Zelfs in een harnas slaagde hij er niet in zijn samengeknepen- billenloopje te maskeren en een zwaard werd in zijn handen een ouderwetse plumeau om de meubels mee af te stoffen. Na afloop van de opnames moest iedereen toegeven dat Hans als ‘chocoladeridder’ beter uit de verf zou zijn gekomen.()

Klemnaad woonde in een grachtenpand met zijn verloofde Brian (overleden in 2016, red), een Engelse toneelregisseur met een Quasi- modo-achtige uitstraling. Vanwege diens angstaanjagende uiterlijk, mede als gevolg van zijn door struma uitpuilende ogen, kon Hans hem nog weleens kwijt als kleine rol in een griezelfilm. Ook al vormden de twee een paar, ik kon me niet voorstellen dat je naast deze man in bed één oog dicht kon doen. Brian liet zich zelden bij daglicht zien en kwam alleen zijn werkkamer uit om nieuwe sterren, die Klemnaad aan huis aan het ontdekken was, aan een nader onderzoek te onderwerpen. In zichzelf mompelend stommelde hij daarna gauw de trap weer op naar boven.
Aan de wand van hun appartement hingen veel foto’s van hemzelf waarop hij naast internationale filmsterren stond, die eveneens afkomstig waren uit de roze gelederen, zoals Helmuth Berger en Michael York. Of naast onbekende Indische jongens op wie hij viel.()

Maartin Spanjer in zijn boek over Kemna: “Wie een tijd geleden ontdekt wilde worden als acteur kreeg vroeg of laat te maken met de enige casting director die Nederland rijk was: Hans Kemna, bijgenaamd ‘Klemnaad’, vanwege zijn hardnekkige versierpogingen van hetero- jongens die zich op het glibberige pad van het acteursbestaan wilden begeven’

Mijn eerste ontmoeting met Klemnaad, in een artiestencafé in Amsterdam, was geen succes. Hij wist zich omringd door een schare filmgespuis en probeerde mij prompt vol op de mond te zoenen. Toen ik schielijk mijn hoofd terugtrok, keek hij mij gekwetst aan. ‘O popje, ik wist niet dat je zo eenkennig bent, dat kan je later als acteur nog lelijk opbreken.’

Zijn trouwe secondant, ene Pierre Bloem, keek mij verwijtend aan. Pierre zat op de filmacademie, was een mooie jongen en probeerde via Klemnaad wat bij te klussen in het filmwezen. Voorlopig mocht hij alleen zijn polstas dragen.

Terwijl Klemnaad zijn blik over mijn kruis liet glijden, ondervroeg hij me over mijn theaterervaring, die ik overigens niet had. ‘O schattekindje,’ zei hij na een poosje, ‘die stem van jou, daar moet je echt iets aan doen. Dat afschuwelijke Amsterdamse accent.’

Zelf sprak hij met consumptie en een slippende ‘s’, alsof hij constant in kennelijke staat verkeerde, maar daar hield ik wijselijk mijn mond over. Hij gaf mij een papiertje met een naam en telefoonnummer en raadde mij aan zo snel mogelijk een afspraak te maken voor stemlessen. Om hem de indruk te geven dat ik het acteurschap serieus nam, volgde ik zijn advies op en stond een week later op de stoep van de stemleraar.”

En die door Kemna geadviseerde stemleraar was, in de visievan Maarten Spanjer, ook niet helemaal zuiver op de graat….

“Hij woonde aan het Vondelpark. Door de telefoon had hij gevraagd het honorarium voor één uur stemles à raison van vijftig gulden contant te betalen. Op mijn bellen werd met een touw de deur opengetrokken en in het donkere trapgat hoorde ik een krakende stem roepen: ‘Drie trapjes op, maar struikel niet over de kattenbak.’

Ik keek omhoog en zag een paar stakerige, behaarde benen in leren pantoffels boven aan de trap staan. Boven gekomen maakte ik kennis met een oude, kalende man, die ondanks het late middaguur slechts gekleed ging in een satijnen ochtendjas, die vervaarlijk openhing. Er bekroop mij een angstig vermoeden dat hij onder de jas geen ondergoed droeg.

We betraden een ruimte met als enig meubilair twee stoelen en een tafel. De stemleraar (‘Zeg maar Joop’) liet mij even alleen achter in het vertrek. Grote ramen boden een riant uitzicht op een speelweide in het park waar gevoetbald werd. Aan de muur hing een pentekening van een naakte jongeman die met wijd opengesperde mond zijn geslacht beroerde. Het was mij niet helemaal duidelijk of hij nu klaarkwam of stemles kreeg. Vanuit een aangrenzende kamer ving ik geluiden op alsof Joop gaten in de muur aan het boren was.

Niet lang nadat het lawaai was verstomd, verscheen hij in de deuropening met een dienblad waarop een leeg glas en een volle kan versgeperste jus d’orange stond. ‘Drink dit eerst maar eens op,’ zei Joop, ‘dat is om de keel te smeren.’

Zwijgend keek hij toe hoe ik me door de plens sinaasappelsap heen werkte. Vervolgens moest ik tegenover hem gaan staan, ik was twee koppen groter, en enige malen achter elkaar ‘a’ zeggen. Met zijn benige vingers omvatte mijn keel.

‘Besef je dat de heldere klank van de a een innerlijk gevoel in je losmaakt?’

‘Wat zegt u?’

‘Voel je niet dat er kleine deeltjes van jezelf op deze klankgolven mee naar buiten stromen?’

Ik voelde niks.

‘Laten we maar eens beginnen met wat ademhalingsoefeningen,’ verzuchtte hij.

Hij gebood me languit op een rieten mat te gaan liggen die hij over de houten vloer had uitgerold, en mijn ogen te sluiten.

‘Probeer je bewust te worden van alle spieren in je lichaam die gespannen zijn, en probeer die spanning los te laten. Je hebt geen idee van het kwaad dat voortvloeit uit samengetrokken spieren.’

Ik had inderdaad geen idee. Door de warmte in de kamer en de ontspanningsoefening dreigde ik even in slaap te sukkelen, maar was ineens weer klaarwakker toen Joop in zijn kamerjas boven op mij was gaan zitten en met beide handen op mijn borstkas begon te drukken. Ik voelde al mijn spieren acuut weer verkrampen.

‘Adem in, adem uit, en in en weer uit,’ riep hij in extase, terwijl hij telkens mee omhoogwipte. Godzijdank had hij toch een onderbroek aan, constateerde ik. ‘Haal de adem onder uit je lichaam,’ kraaide Joop. Naar lucht happend keek ik over de schouder van Joop naar buiten. Ik zag een strakblauwe lucht en hoorde het vrolijke lawaai van voetballers in het park. Ik lag languit op de vloer van een bedompte kamer met een vreemde kerel boven op me en ik moest er nog voor betalen ook. Er was onderweg iets misgegaan, maar wat? Mijn besluit stond vast. Dezelfde avond nog zou ik Klemnaad bellen met de mededeling dat ik van verdere stemlessen afzag. Dan maar geen acteur!”

Het is zo’n flauwe insinuatie: dat je als acteur alleen een kans maakte om door me gecast te worden als je met me naar bed ging’

Castingdirecteur Hans Kemna, zo schrijft Spanjer in zijn boek Spanjer in Stukken, was woest, maar bond uiteindelijk in en bood Spanjer een ander baantje aan.

“Aanvankelijk reageerde Klemnaad verontwaardigd. Waar haalde ik de moed vandaan om de beste stemleraar van Nederland na één les al aan de kant te schuiven? Hij verweet mij gebrek aan doorzettingsvermogen en ambitie: ‘Als acteur moet je bereid zijn door het stof te kruipen, wil je de top bereiken.’

‘Schatteboutje,’ zei hij toen ineens poeslief, ‘misschien moet je er wel helemaal niet aan beginnen. Ik heb een neus voor talent, en jij hebt een leuke, spontane uitstraling, maar acteur… Nee, dat ben je niet. Ik vind jou meer iemand om iets met je handen te doen. Laat mij maar even gaan, want misschien heb ik iets voor je.’
Binnen een week belde hij terug met de mededeling dat ik bij de Nederlandse Operastichting in de Amsterdamse Stadsschouwburg aan de slag kon als decorbouwer. Bij aanmelding bleek ik hem verkeerd verstaan of begrepen te hebben, want ze zochten geen decorbouwer, maar een decorsjouwer.”

Anderhalf jaar later duurt de carrière van Maarten Spanjer als decorsjouwer dan wordt hij na een grap die hij uithaalt ontslagen.

“’s Nachts werd ik door Klemnaad uit mijn bed gebeld. Hij sprak met een dikke tong, waardoor zijn s’en extra gezwollen klonken. Hij was onmiddellijk door de directeur van ons ontslag op de hoogte gesteld en vond het ‘heel akelig’ wat er was gebeurd.

‘Maar schat,’ zei hij, ‘als je nu naar me toe komt, dan maken we er alsnog een gezellige avond van. Die operatrut is een valse heks, maar bedenk altijd dat ik als één man achter je sta. In dit vak kun je vrijwel niemand vertrouwen!’

Bijna een jaar later, afgelopen januari, reageerde castingdireceur Kemna in De Volkskrant summier op de beschuldigingen in Spanjer in Stukken aan zijn adres. “Klemnaad is een naam die Maarten Spanjer me ooit gaf. Je mag het dilemma gebruiken, hoor, maar ik zou het niet doen als ik jou was. Het is zo’n flauwe insinuatie: dat je als acteur alleen een kans maakte om door me gecast te worden als je met me naar bed ging. Ik heb me er altijd over verbaasd dat Maarten zo lelijk over me sprak, zeker omdat ik hem een grote rol heb laten spelen in de film Spetters. Of zijn opmerking me kwetst? Toen wel. Omdat het niet waar is. Geloof me: ik ben in de verleiding gekomen, maar ik heb er nooit misbruik van gemaakt.”


Comments are closed.